donderdag 10 juli 2014
Let it go
De afgelopen 6 weken heb ik me een beetje verloren gevoeld. Ik had na het afronden van de eerste stage bij het museum niet direct iets nieuws gevonden. En hoewel het voor veel mensen een droom zou kunnen zijn, geloof me, 6 weken thuiszitten is niet leuk. Of eigenlijk moet ik zeggen: het geeft geen voldoening. Leuk is het wel om elke dag creatief te kunnen zijn, tijdens de lunch een serietje te kijken en zelfstudie boeken in 1x uit te kunnen lezen. Maar het gaf me geen energie. Het kwam zelfs tot een punt dat ik dacht: laten we gewoon kindjes gaan maken, dan heb ik weer wat te doen! Uiteraard realiseerde ik mij dat het dan nog wel 9 maanden zou duren voordat je er profijt van hebt, dus dat was ook geen oplossing. Om mezelf gemotiveerd te houden luister ik graag naar vrolijke muziek en kijk ik feel-good films, waaronder dé tip van het nichtje van Leon, de Disney film Frozen. Tijdens een van mijn “ach, ik heb nog 5 uur de tijd om die nuttige dingen te doen er kan wel een klein filmpje gekeken worden” momentjes, heb ik die opgezet. De film bracht me inderdaad wat ik nodig had, een glimlach op mijn gezicht en een beetje vrolijkheid. Na die dag ging alles opeens in een stroomversnelling en kon ik beginnen bij 2 verschillende stages om samen te werken met leuke creatieve mensen. Nadat de eerste dagen van de nieuwe opdrachten erg gezellig waren en ik doorhad echt iets te kunnen betekenen voelde ik me een stuk beter. Na een van de eerste stagedagen stond ik op het arts-loi metrostation te wachten, een bouwput waar het klam was van de zeiknat geregende jassen en paraplu’s en opeens gebeurde het… “Let it go”, dé hitsong van de film Frozen speelde op de radio en de bouwvakkers draaide het volume om hoog. Mijn voet begon mee te tappen op het ritme, en mijn mond playbackte automatisch de tekst mee. Met mijn rode aardbeienparaplu in mijn handen danste ik rond op het platform, me niets aantrekkend van de vele nieuwsgierige ogen aan de overkant van het spoor. Een gevoel van rust keerde over me heen… let it go, het komt wel goed met mijn leven.
maandag 5 mei 2014
Unieke kruimeltjes
De zelfportretten in de beeldende kunsten worden pas gemaakt sinds
de Renaissance, toen pas loonde het om de wereld te tonen dat je
kunstenaar bent. Een vlugge 500 jaar later wordt de term Selfie voor
het eerst gebruikt op internet. De Mona Lisa is een van de meest
bekeken schilderijen op de wereld. De Ted talks over het ware gezicht
van DaVinci is een van de meest bekeken Ted talks uitzendingen op
internet (over kunst). Waarom zijn we zo geobserdeerd over de status
van het gezicht op een specifiek moment?
Het woord selfie is bedacht door een astronaut Aki Hoshide die zich verontschuldigde voor de onscherpe foto op internet, het was namelijk een selfie van hem in de ruimte zwevend (!). Het woord selfie was op internet verschenen en bestond dus echt. Flickr en social media deden de rest en het woord was geadopteerd door de wereld.
De eerste keer dat ik echt werd geconfronteerd met het feit dat ik graag foto's van me selfzie (woordgrapje), was ongeveer een jaar geleden. Na de reis in Maleisië met mijn vriend had ik een mooi fotoboek gemaakt. Hij complimenteerde mijn boek, en voegde er lachend aan toe: je hebt alleen wel veel foto's van jezelf erin gezet! Uiteraard ontkende ik dit, maar na samen te hebben geteld bleek hij inderdaad gelijk te hebben. Waarom had ik dubbel zo veel foto's van mijzelf erin gezet? Vond ik het nodig om een bewijs te leveren dat ík in Maleisië was geweest? Alsof ik foto's van iemand anders zou gebruiken op mijn Facebook post, en het pas de waarheid wordt als ik ook echt zelf op die foto sta... wat een onzin!
Een vriendin van mij vertelde een verhaal over een vrouw die veel alleen reisde. Zij ging samen met haar backpack de hele wereld rond en kwam altijd terug met mooie verhalen. Om haar verhalen te ondersteunen maakte ze graag foto's. Echter had ze niemand om de camera aan te geven (en we weten allemaal: als alleen reizende vrouw geef je niet zomaar je camera uithanden aan een vreemde met sportschoenen aan). Dus ze besloot om altijd haar backpack op de foto te zetten. Aangezien in deze wereld alles voor minstens 2 personen bedoeld is (ooit in restaurant een tafel met 1 stoel gezien?) zette ze dus altijd haar backpack op de lege stoel tegenover haar, en vereeuwigde de tijdelijke rustplaats van de tas op internet. Ik vond de vrouw direct sympathiek en had nog nooit een woord met haar gesproken.
Het ontstaan van de zelfportretkunst had in de 15e eeuw onder andere een financiële reden, de kunstenaar kon zo laten zien aan de mecenas (financiële partner) wie hij was zodat daar nooit een misverstand over kon bestaan. De selfies waren dus voor sommigen van levensbelang. Tegenwoordig kunnen we hier helaas geen geld meer mee verdienen (stel je eens voor!), dus waarom doen we dit dan? Ik denk dat het antwoord ligt in: het achterlaten van een kontafdruk op de wereld. In dit geval een face-print. In Riga heb ik een tentoonstelling gezien van een leeftijdsgenoot die afval omtoverde tot voorwerpen met een wiel. Haar theorie was dat wij tegenwoordig onszelf voelen verdrinken in de massa, en daarom iets zoeken om de wereld te laten zien dat wij er waren. Al haar gevonden voorwerpen hadden een wiel waarmee ze een spoor achterlieten als ze zouden gaan rijden: een uniek achterblijfsel van hun bestaan. Aangezien we niet allemaal zo creatief zijn, verzinnen we een andere manier om kruimeltjes achter te laten in de virtuele wereld. En wat is er nu meer uniek dan je eigen gezicht?
Het woord selfie is bedacht door een astronaut Aki Hoshide die zich verontschuldigde voor de onscherpe foto op internet, het was namelijk een selfie van hem in de ruimte zwevend (!). Het woord selfie was op internet verschenen en bestond dus echt. Flickr en social media deden de rest en het woord was geadopteerd door de wereld.
De eerste keer dat ik echt werd geconfronteerd met het feit dat ik graag foto's van me selfzie (woordgrapje), was ongeveer een jaar geleden. Na de reis in Maleisië met mijn vriend had ik een mooi fotoboek gemaakt. Hij complimenteerde mijn boek, en voegde er lachend aan toe: je hebt alleen wel veel foto's van jezelf erin gezet! Uiteraard ontkende ik dit, maar na samen te hebben geteld bleek hij inderdaad gelijk te hebben. Waarom had ik dubbel zo veel foto's van mijzelf erin gezet? Vond ik het nodig om een bewijs te leveren dat ík in Maleisië was geweest? Alsof ik foto's van iemand anders zou gebruiken op mijn Facebook post, en het pas de waarheid wordt als ik ook echt zelf op die foto sta... wat een onzin!
Een vriendin van mij vertelde een verhaal over een vrouw die veel alleen reisde. Zij ging samen met haar backpack de hele wereld rond en kwam altijd terug met mooie verhalen. Om haar verhalen te ondersteunen maakte ze graag foto's. Echter had ze niemand om de camera aan te geven (en we weten allemaal: als alleen reizende vrouw geef je niet zomaar je camera uithanden aan een vreemde met sportschoenen aan). Dus ze besloot om altijd haar backpack op de foto te zetten. Aangezien in deze wereld alles voor minstens 2 personen bedoeld is (ooit in restaurant een tafel met 1 stoel gezien?) zette ze dus altijd haar backpack op de lege stoel tegenover haar, en vereeuwigde de tijdelijke rustplaats van de tas op internet. Ik vond de vrouw direct sympathiek en had nog nooit een woord met haar gesproken.
Het ontstaan van de zelfportretkunst had in de 15e eeuw onder andere een financiële reden, de kunstenaar kon zo laten zien aan de mecenas (financiële partner) wie hij was zodat daar nooit een misverstand over kon bestaan. De selfies waren dus voor sommigen van levensbelang. Tegenwoordig kunnen we hier helaas geen geld meer mee verdienen (stel je eens voor!), dus waarom doen we dit dan? Ik denk dat het antwoord ligt in: het achterlaten van een kontafdruk op de wereld. In dit geval een face-print. In Riga heb ik een tentoonstelling gezien van een leeftijdsgenoot die afval omtoverde tot voorwerpen met een wiel. Haar theorie was dat wij tegenwoordig onszelf voelen verdrinken in de massa, en daarom iets zoeken om de wereld te laten zien dat wij er waren. Al haar gevonden voorwerpen hadden een wiel waarmee ze een spoor achterlieten als ze zouden gaan rijden: een uniek achterblijfsel van hun bestaan. Aangezien we niet allemaal zo creatief zijn, verzinnen we een andere manier om kruimeltjes achter te laten in de virtuele wereld. En wat is er nu meer uniek dan je eigen gezicht?
maandag 7 april 2014
Hold everything dear to you #5
Tijdens mijn stage moest ik op onderzoek uit gaan om meer te leren over de kunstenaar Stephan Balleux. Uiteraard begon ik door zijn naam te googelen (werkwoord van het jaar?). Allereerst stuitte ik op een serie kunstwerken van gezichten die haast binnenstebuiten gekeerd lijken. De groteske droevig kijkende ogen lijken wel overgoten te zijn door hun eigen slijm en andere vieze derrie, wellicht door een verkeerd antwoord in de Droomshow. Het lijkt wel of Stephan geld over had en hele tubes verf tegelijk gebruikte om de kunstwerken te maken. Toch knap dat hij een stilstaand (opgedroogd neem ik aan) kunstwerk levend kan maken door gebruik van kleur, structuur en een interpretatie van relief die de kijker meteen overneemt van de schilder.
Op de volgende pagina stuitte ik op zijn collectie "Sui Generis", wat Latijns is voor "in zijn enige soort". Deze term wordt gebruikt in de literatuur om een idee, een entiteit of een realiteit te omschrijven wat niet toegekend kan worden aan iets herkenbaars. Deze werken zijn voornamelijk in het zwart-wit uitgevoerd, wat het een mysterieus tintje geeft. In deze werken kwam weer de liefde voor veelvuldig gebruik van verf naar voren, dit keer niet als enige zichtbare onderwerp op het kunstwerk, maar enkel als aanwezig onderdeel van het geheel. Al verder scrollend (ook een nieuw werkwoord) werd ik opeens gegrepen door het werk "Hold everything dear 001". Ik werd opgeslokt door een mysterieuze slaapkamer, een beetje ouderwets ingericht, maar wel gezellig met een vloerkleed en netjes opgemaakt bed. Een slaapkamer heeft voor mij altijd de ultieme uitstraling van comfort en voornamelijk: veiligheid. Maar Balleux heeft niet als doel een gezellige slaapkamer creeëren, hij wil de nieuwsgierigheid opwekken. Boven het veilige bed met de warme dekens zweeft een soort donkere klei-achtige substantie. De substantie lijkt te bewegen, maar wel op zijn plaats te blijven. Een klodder die kronkelt, zwermt, haast adem lijkt te halen. De wolk lijkt te wachten op iets. Te wachten totdat de eigenaars van de slaapkamer veilig onder de dekens kruipen om vervolgens toe te slaan. Hetzelfde gevoel wat ik kreeg bij de film "Paranormal Activity" bekroop mij bij het zien van dit schilderij. Toegegeven, ik ben echt een held op Uggs (sokken zijn niet warm genoeg in deze koude tijden), en krijg echt slapeloze nachten van een film zoals PA. Toch had ik niet verwacht dat een schilderij hetzelfde met mij kon doen. In PA zag je nooit het "monster" wat voor de freaky gebeurtenissen zorgde, maar bij het zien van dit schilderij heeft hij vorm gekregen in mijn gedachten.
Bijgekomen van de nachtmerrie besloot ik verder te gaan lezen over de andere werken van Balleux die in de tentoonstelling komen te hangen. Mijn aandacht werd, nog steeds een beetje onder de invloed van het mysterie rondom de hijgende zwarte wolk, getrokken door een reusachtig hond-achtig beest die op een eenpersoonsbed staat en lijkt te snuffelen aan het kussen. De catalogus waar ik in keek had alleen hele kleine afbeeldingen, dus ik opende de eigen website van Stephan om het werk groter te bekijken. Het vreemde was alleen, dat ik de afbeelding nergens kon vinden... Zowel Google, Wiki-Art, Pinterest en de eigen website van de kunstenaar hadden geen foto van het kunstwerk "Hold everything dear 005". Opeens sprongen mijn gedachtes wederom naar de film PA, en specifiek naar de scene waarbij het stel meel in de gang strooit om uit te vinden wie hun plaaggeest is. De volgende dag vonden ze pootafdrukken in het meel. Pootafdrukken die lijken op die van een reusachtige hond... Balleux heeft mijn nieuwsgierigheid gewekt.
zondag 2 maart 2014
Hipsters: wat moet ik ermee?
Bij onze kleine "2 Broke Girls" marathon kwam in bijna elke aflevering de term "hipsters" voorbij. Uiteraard kende ik deze term al, maar de afkeer ertegen in Amerika, en wellicht ondertussen ook in Europa, was mij nog onbekend. In mijn media-loze wereldje (afgezien van mijn verslaving aan Pinterest) waren hipsters nog jongeren waar anderen tegenop keken. Een soort alternatievelingen, die zich durfden af te zetten tegen de standaarden, en dan te vinden in elke stad. Jongeren die de rudolph-trui met kerst weer terug laten komen (could alle granny's die blij zijn met deze trend please stand up?!), die ervoor zorgen dat opeens overal snorren op verschenen en die het wel cool vinden als je zelf creatief bent. Drie hypes waar ik zelf eigenlijk best blij van word.
Misschien komt de frustratie voort uit de verwarring die deze jongeren creëren. Ze kleden zich allemaal alsof ze niet veel geld hebben en zich ook niet bekommeren om hoe ze eruitzien, een uiterlijk welke meestal wordt geassocieerd met creatievelingen, kunstenaars en schrijvers. Het tegendeel is echter waar, de meeste jongeren zijn juist goed opgeleid en zijn doordeweeks advocaat, accountant of onderzoeker. Dus je kunt absoluut niet op uiterlijk beoordelen of je juist met deze binnen-muts-dragende hipster moet gaan netwerken, of keihard moet negeren omdat hij er ook wel uitziet als een volger van de Taliban.
Volgens het Urban Dictionary is de afkeer ontstaan doordat hipsters niet echt weten wat hipster zijn betekent. Velen volgen enkel een trend en houden zich niet echt bezig met het stemmen op provocerende politieke partijen en doen ook niet echt vrijwilligerswerk of kopen altijd vintage kleding. Nu vraag ik me af; is dat niet met elke trend zo dat je gewetenloze volgers hebt? Iedereen wil anders zijn dan de rest, en daarmee ben je weer in een groep terecht gekomen die ook allemaal "anders" zijn, waardoor je niet meer uniek bent? Een trend slaat pas aan als je ook mensen tegen hebt, en die mensen vormen dan weer samen een nieuwe trend waar ze eigenlijk tegen zijn... Zoals ze hier in Brussel zouden zeggen: voilà!
Het beste lijkt mij gewoon om van elke trend de leukste dingen te pakken en die mee te doen. Speel gewoon een spelletje in een hipster-café op zondagmiddag, draag die comfortabele legerjas, wacht rustig af totdat de vintage trend voorbij is om weer tweedehandskleding te kopen voor de juiste prijzen, en vertel alleen tegen hipsters dat je die jurk zelf hebt gemaakt om de juiste waardering te krijgen. En als de trend voorbij is, gooi je gewoon die besnorde mok in de vaatwasser: heb je weer een schone lei.
zondag 5 januari 2014
"So this is where they keep all the light!"
"Er is nog een ander appartement te bezichtigen, aan de overkant van de straat". Mijn hart begon te bonken. Het appartement waar we nu in stonden was mooi afgewerkt, aan de perfecte straat, maar helaas te klein voor zowel mijn naai- als Leon's computer behoeftes. "Die aan de overkant is wel ietsje prijziger, maar groter dan deze". Leon en ik keken elkaar hoopvol aan. "We kunnen er wel even heen lopen?" "Ja, graag!" Zeiden we bijna in koor. De vlaamse mevrouw ging ons voor. Leon en ik stonden al te trappelen beneden, maar zij nam haar tijd met het uitzetten van de lampen, en de deur op slot doen.
Eenmaal aan de overkant aangekomen drukte ze op het knopje met nummer 4. Het leek een beetje op de scene uit Sex and the City the Movie waarbij Big en Carrie alle appartementen afwijzen, en dan met de makelaar meegaan naar het penthouse, oftewel de afkorting "PH" op de liftknop. We kwamen aan op de vierde verdieping, in een vrij kleine hal. Er was een tussendeur, en daarachter een tafel met een vreselijk hindoe schilderij erop. Oh god, dacht ik, als ik dit schilderij maar weg mag halen. Ze deed de deur open, en mijn hart begon te bonken. Het felle daglicht ("So this is where they keep al the light!) en die heerlijke geur van een nieuw gerenoveerd appartement kwam ons tegemoet. Die avontuurlijke geur van net opgedroogde verf, kit en schoonmaakmiddel. We kwamen binnen in een fantastisch duplex appartement, en zodra de vlaamse mevrouw zich even omdraaide keken Leon en ik elkaar aan. Onze mond vormde simultaan een geluidloze vreugdekreet... Wat was dit gaaf!
Na de rondleiding is Leon alvast gaan rekenen in zijn hoofd, en ik was al de meubels een plaatsje aan het geven. We gingen even wat drinken in een café met Wifi en Leon's berekeningen werden waarheid. Zijn excel overzichtje sprong op groen... we konden het betalen!
Natuurlijk moesten we er nog een nachtje over slapen, want dat is wel zo verstandig. Toen ik vanochtend opstond heb ik met het ikea plan programma de huiskamer ingericht, en het eerste wat Leon oppakte nadat hij in zijn pyjamabroek binnenkwam was het meetlint. Genoeg tekenen dachten wij zo: we gaan het proberen te huren!
Eenmaal aan de overkant aangekomen drukte ze op het knopje met nummer 4. Het leek een beetje op de scene uit Sex and the City the Movie waarbij Big en Carrie alle appartementen afwijzen, en dan met de makelaar meegaan naar het penthouse, oftewel de afkorting "PH" op de liftknop. We kwamen aan op de vierde verdieping, in een vrij kleine hal. Er was een tussendeur, en daarachter een tafel met een vreselijk hindoe schilderij erop. Oh god, dacht ik, als ik dit schilderij maar weg mag halen. Ze deed de deur open, en mijn hart begon te bonken. Het felle daglicht ("So this is where they keep al the light!) en die heerlijke geur van een nieuw gerenoveerd appartement kwam ons tegemoet. Die avontuurlijke geur van net opgedroogde verf, kit en schoonmaakmiddel. We kwamen binnen in een fantastisch duplex appartement, en zodra de vlaamse mevrouw zich even omdraaide keken Leon en ik elkaar aan. Onze mond vormde simultaan een geluidloze vreugdekreet... Wat was dit gaaf!
Na de rondleiding is Leon alvast gaan rekenen in zijn hoofd, en ik was al de meubels een plaatsje aan het geven. We gingen even wat drinken in een café met Wifi en Leon's berekeningen werden waarheid. Zijn excel overzichtje sprong op groen... we konden het betalen!
Natuurlijk moesten we er nog een nachtje over slapen, want dat is wel zo verstandig. Toen ik vanochtend opstond heb ik met het ikea plan programma de huiskamer ingericht, en het eerste wat Leon oppakte nadat hij in zijn pyjamabroek binnenkwam was het meetlint. Genoeg tekenen dachten wij zo: we gaan het proberen te huren!
Abonneren op:
Posts (Atom)
